Verblijfplaatsen

Vleermuizen nemen niet zomaar genoegen met een verblijfplaats, ze zijn heel kieskeurig. De locatie moet in de buurt van een fourageer gebied liggen, het binnenklimaat moet goed zijn en er moet genoeg plaats zijn voor de hele kolonie. In bomen gebruiken ze vaak verlaten spechtenholen. Andere soorten kiezen voor mergelgroeven, forten of bunkers.


Gebouwen

Veel vleermuizen zoals de laatvliegers kiezen als onderkomen vaak spouwmuren van woonhuizen. Andere soorten kiezen voor grote open ruimtes zoals kerkzolders. In huizen zitten de dieren vaak onder dakpannen, achter het dakbeschot, in kieren tussen kozijnen of op hoge schuurzolders. Grotten zijn voor vleermuizen belangrijke plaatsen voor de winterslaap.