Leefwijze

De steenmarter leeft in Nederland vooral langs de gehele oostgrens en in het noorden. Kwamen ze voorheen vooral voor op het platteland, tegenwoordig trekken ze vooral naar dorpen en steden. Want waar mensen zijn is onderdak... De steenmarter heeft na de oorlog een merkwaardige “habitat switch” gemaakt. De steenmarter is veel minder goed bestand tegen kou dan de boommarter. De boerderijen waren toen dicht, warm en vaak met een hooizolder direct boven de koeien. De huizen van toen waren juist koud. Alleen de huiskamer en in het gunstigste geval de keuken waren toen verwarmd. De huizen waren toen niet alleen koud door het matige stoken maar ook door de slechte isolatie. Toen de stallen van de boerderijen langzaam groter, open en kouder werden (maar ook zonder balen hooi, lees muizen) werden de huizen langzaam warmer. Centrale verwarming deed zijn intrede en ook beter isolatie (dubbel glas en spouwmuur isolatie) was het een noodgedwongen keuze voor de steenmarter om zijn intrek in de (warme) huizen en gebouwen te doen.



Beschut

Bij voorkeur verblijft het kleine roofdier op een plaats met veel dekking, zoals lage struiken, coniferen en borders met planten. Op deze plaats kunnen ze jagen naar muizen, eieren van vogels stelen en jonge konijntjes en vruchten oppeuzelen. In een heg of onder een stapel takken zijn ze beschermd tegen bijvoorbeeld hongerige vossen.



Jagen

Een marter springt met gemak anderhalve meter hoog en kan prima zwemmen (hoewel ze dat laatste alleen in noodgevallen zullen doen). Ze jagen door op goed geluk hoekjes en holtes af te zoeken en prooi bij verrassing te bespringen. Om voedsel te zoeken en hun territorium te markeren is de alleseter elke nacht bijna 8 uur op pad.